Overzicht van de meest gestelde vragen


Wat is het experiment Regelluwe scholen?

Het experiment Regelluwe scholen is een initiatief van staatssecretaris Dekker van OCW. In dit experiment krijgen scholen met aantoonbaar goede onderwijskwaliteit meer ruimte voor eigen initiatieven. Basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die meedoen aan het experiment  mogen afwijken van bepaalde wet- en regelgeving. Het uitgangspunt is hierbij verdiend vertrouwen. Tijdens het experiment wordt onderzocht of het afwijken van wet- en regelgeving leidt tot betere kwaliteit of grotere doelmatigheid van het onderwijs. Ook kan de uitkomst zijn dat bepaalde ruimte definitief beschikbaar komt, al of niet voor alle scholen. 


Welke scholen mogen aan het experiment deelnemen?

In eerste instantie zijn dit scholen voor primair en voortgezet onderwijs (of afdelingen van VO-scholen) die zowel in 2013 als in 2014 het predicaat Excellente School hebben ontvangen. In 2018 is het experiment uitgebreid waardoor scholen in het primair en voortgezet onderwijs zonder het predicaat maar mét het oordeel ‘goed’ van de inspectie konden worden toegelaten tot het experiment. Deze nieuwe deelnemende scholen sluiten zich aan bij een aantal deelexperimenten die nu al lopen binnen het experiment. Dit om meer informatie te krijgen over de effecten van het loslaten van de betreffende regels; leidt dit – óók op de nieuwe scholen – tot grotere doelmatigheid en/of betere onderwijskwaliteit?


Wat is de looptijd van het experiment?

Het experiment gaat op 1-1-2016 van start en heeft een looptijd van zes jaar.


Krijgen deelnemende scholen extra geld?

Nee, scholen krijgen geen extra geld. Het doel van het experiment is te onderzoeken wat het effect is van extra ruimte. Het geven van extra geld zou het beeld vertroebelen. De bekostiging van scholen blijft dus gelijk.


Van welke regels mogen scholen afwijken?

In de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) staan artikelen genoemd waarmee geëxperimenteerd kan worden. Scholen mogen binnen het experiment afwijken van al deze artikelen.

Voor basisscholen zijn dit de artikelen 1, 2, 8 tot en met 45a, 47, 48 en 148 van de Wet op het primair onderwijs. Voor VO-scholen zijn dit de artikelen 6a tot en met 41 en 99 van de Wet op het voortgezet onderwijs. Er kan ook worden afgeweken van onderliggende regelgeving, zoals het Inrichtingsbesluit WVO, het Eindexamenbesluit VO, het Besluit kerndoelen onderbouw VO en het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO.

Deze wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen kunt u terugvinden via www.wetten.nl.


Welke onderwerpen raakt dit?

Het betreft dus veel verschillende onderwerpen, zoals uitgangspunten, doelstelling en inhoud van het onderwijs, de zorg voor zieke leerlingen, onderwijstijd, rapportage over de vorderingen van leerlingen, schoolplan, schoolgids, scheiding bestuur en toezicht, aansluiting bij samenwerkingsverbanden, bekwaamheidseisen (alleen voor het voortgezet onderwijs), toelating, ontwikkelingsperspectief, aansluiting bij de klachtencommissie en tijdelijke geschillencommissie passend onderwijs.


Voorwaarden voor afwijking

Er is binnen dit experiment veel ruimte voor afwijking van bestaande regels. Tegelijkertijd is borging van de kwaliteit van het onderwijs en van de belangen van allen die bij het onderwijs zijn betrokken, van groot belang. Daarom zijn aan de afwijkingsmogelijkheden verschillende voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden zijn beschreven in de artikelen  4, 7 en 9 van het Besluit experiment regelluwe scholen PO/VO. Het gaat hierbij om de volgende voorwaarden:

 1. Een bevoegd gezag kan, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid en van artikel 5, ten aanzien van een regelluwe school afwijken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 47 en 48, en artikel 148 van de WPO en van titel II, afdeling I, hoofdstuk I, en artikel 99 van de WVO en de daarop berustende bepalingen.

2. Een concrete afwijking als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats met het oog op verbetering van de kwaliteit of, bij ten minste een gelijkblijvende kwaliteit, de doelmatigheid van het onderwijs.
3. Een concrete afwijking als bedoeld in het eerste lid is niet toegestaan indien:

a. de belangen van aan de school verbonden personen of van derden daardoor onevenredig kunnen worden geschaad;
b. de toegankelijkheid van het onderwijs daardoor vermindert;
c. de afwijking leidt tot een onevenredige verzwaring van uitvoeringslasten voor Onze Minister; of

d. de afwijking onomkeerbaar is waardoor na afloop van deelname aan het experiment terugkeer naar de oude situatie onmogelijk wordt.
4. Teneinde de leerling in staat te stellen een ononderbroken onderwijsloopbaan te volgen blijft het bevoegd gezag dat toepassing geeft aan het eerste lid gehouden:

a. de centrale eindtoets, bedoeld in artikel 9b van de WPO, af te nemen en een schooladvies als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de WPO vast te stellen voor zover het een school voor basisonderwijs betreft; of

b. artikel 29, eerste lid, van de WVO toe te passen en te waarborgen dat het diploma of het getuigschrift, bedoeld in artikel 29, derde lid, van de WVO, zijn maatschappelijke waarde behoudt voor zover het een school voor voortgezet onderwijs betreft.


Kan een school uit het experiment worden gezet?

Ja, dat is mogelijk. Redenen zijn dat de school niet meer voldoet aan de voorwaarden voor afwijking (artikel 4), of niet deelneemt aan evaluatie of monitoring (artikel 9). Een school kan ook uit het experiment worden gezet als de leerresultaten van de school onvoldoende worden.


Wat doet OCW met de uitkomsten van het experiment?

Het doel van het experiment is het onderzoeken of het bieden van regelluwe ruimte leidt tot initiatieven die de doelmatigheid of de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen en waarvoor na afloop van het experiment definitief ruimte  in de WPO en WVO kan worden gecreëerd. Het geven van ruimte is dus geen doel op zich. Scholen worden door het geven van ruimte uitgedaagd om de kwaliteit of, bij gelijkblijvende kwaliteit, de doelmatigheid van hun onderwijs te verbeteren. Het is mogelijk dat scholen heel enthousiast gebruikmaken van de geboden ruimte. Het is echter ook denkbaar dat sommige scholen maar heel beperkt gebruik  maken van de geboden ruimte. Op die manier kan ook worden onderzocht op welke terreinen scholen graag meer ruimte wensen en op welke terreinen die behoefte er niet of nauwelijks is. Als uit het experiment blijkt dat de geboden ruimte leidt tot succesvolle innovaties in termen van kwaliteit of doelmatigheid, kan besloten worden na afloop van het experiment hiervoor definitief ruimte in de WVO of WPO (of onderliggende regelgeving) te creëren. 


Is deelname aan het onderzoek verplicht voor de scholen die deelnemen aan het experiment?

Medewerking aan het onderzoek behorende bij het experiment Regelluwe scholen is verplicht voor scholen die door de staatssecretaris zijn aangewezen als regelluwe school.


Hoe vaak wordt een deelnemende school bezocht door een onderzoeker?

In principe ontvangt een school eenmaal per jaar bezoek van de onderzoekers. School en onderzoekers stellen samen een onderzoeksopzet op, die past bij het voorstel om af te wijken van wet- en regelgeving. Bij meerdere vorstellen/innovaties kan het zinvol zijn dat onderzoekers vaker naar de school komen. Dit gebeurt in onderling overleg. 


Hoeveel tijd vraagt het onderzoek van een deelnemende school?

De onderzoeksopzet hangt samen met de complexiteit van het specifieke voorstel om af te wijken van wet- en regelgeving. In ieder geval zal een onderzoeker elke school jaarlijks bezoeken om interviews te houden met verschillende betrokkenen. We vragen daarbij medewerking van de school in het organiseren van de interviews en het ontvangen en te woord staan van de onderzoeker. Daarnaast verwachten we van de school medewerking bij het verzamelen van gegevens ten behoeve van het onderzoek naar de opbrengsten van de innovatie(s). 


Wat is de rol van de MR bij het experiment?

De MR dient allereerst instemming te verlenen voor deelname aan het experiment. Daarnaast dient de MR in te stemmen met elk voorstel voor afwijking van regelgeving. Dit is van belang omdat binnen het experiment van wettelijke regels mag worden afgeweken.


Wat is de rol van het bestuur?

Het bestuur dient als bevoegd gezag in te stemmen met deelname aan het experiment. Een aantal scholen heeft aangegeven dat het wenselijk  is dat het bestuur een brief ontvangt van OCW waarin het belang van het experiment wordt omschreven. OCW zal op korte termijn in een dergelijke brief voorzien.


Wat is de rol van Inspectie?

De Inspectie continueert haar reguliere toezichtstaken. Omdat scholen binnen het experiment van regelgeving mogen uitwerken, is het van belang dat de inspectie op de hoogte is van de ruimte die de deelnemende scholen krijgen. De Inspectie zal dus op de hoogte zijn welke scholen deelnemen. 


Hoe zit het met regels van andere partijen?

Het experiment heeft betrekking op regels van de Rijksoverheid. Specifiek gaat het om bepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs. Regels van andere instanties, zoals gemeenten, het eigen bestuur, andere ministeries, de inspectie, leerplichtambtenaren, de cao, etc. vallen dus buiten de scope. Wel hopen we op een olievlekwerking: OCW vervult een voorbeeldfunctie en kan samen met de scholen een appel doen op andere partijen om te bezien waar ook zij ruimte kunnen geven. 


Hoe wordt bepaald of een voornemen leidt tot kwaliteitsverbetering?

Afwijking van regels moet tot doel hebben de onderwijskwaliteit te verbeteren, of bij gelijkblijvende kwaliteit, verbetering van de doelmatigheid. Daarbij wordt? net zoals de jury Excellente Scholen dat doet ? kwaliteit breed opgevat. Het gaat dus niet alleen om verbeterde meetbare resultaten zoals toetsscores. Een afwijking moet tot doel hebben het onderwijs aan leerlingen verder te verbeteren. Daarbij moet de regelluwe school redelijkerwijs aannemelijk maken dat een afwijking tot kwaliteitsverbetering zal leiden.  In het experiment wordt vervolgens onderzocht welke initiatieven daadwerkelijk leiden tot een verbetering van de kwaliteit of doelmatigheid.


Hoe ziet de ondersteuning van OCW er uit?

Verschillende scholen hebben aangegeven behoefte te hebben aan ondersteuning bij het uitwerken van de ideeën om de mogelijke regelluwte te benutten. OCW zal op korte termijn inventariseren welke vorm hierbij het beste aansluit. Gedacht wordt aan bijeenkomsten waarbij scholen samen met een beleidsmedewerker van OCW een thema nader kunnen uitwerken. Wellicht kunnen scholen ook gebruikmaken van de expertise van externe onderzoekers/deskundigen (die vanuit hun professie willen aansluiten bij het experiment).